Divers

De vloek van de TalentFanny

23 december, 2014

Voor het Topsport Amsterdam magazine zal ik ieder kwartaal een evenement bezoeken en mijn licht erover laten schijnen. Deze keer: de sportverkiezingen van Amsterdam.

Vlak voor ik naar het Olympisch Stadion verkaste, keek ik Fanny nog even diep in de ogen. Al zeven jaar staat ze daar, midden in de woonkamer, zodat iedereen die binnenkomt er wel naar moét kijken. In een ver verleden, december 2007, won ik zelf een Fanny als sporttalent van Amsterdam. Nu, zeven jaar later, heb ik die status nooit echt waar kunnen maken.

Elk jaar staat het rood omcirkeld in mijn agenda. De Amsterdamse sportverkiezingen op maandag. Sporters die normaal naar zweet stinken en onder de bagger zitten, worden bij dit soort bijeenkomsten omgetoverd tot topmodellen. Judoka’s voelen zich er echter ongemakkelijk omdat ze geen band mogen gebruiken om hun smoking vast te maken. Honkballers voelen zich opgelaten omdat kauwgom kauwen bij dit soort gelegenheden ongepast is en zwemmers denken voor joker te lopen omdat hun broek maat S heeft en het jasje maat XXL vanwege te brede schouders. Het gewone volk dat er rondloopt voelt zich op hún beurt weer opgelaten omdat zij stiekem jaloers zijn op de prestaties van de sporters. Die prestaties waren ook dit jaar niet misselijk, met uiteindelijk terechte winnaars. Bij één van die winnaars zou ik graag even willen stilstaan.

Ilse Paulis won dit jaar de Fanny voor het grootste sporttalent van Amsterdam. Ilse roeit, is slim, heeft geweldige benen en werd dit jaar wereldkampioene. Natuurlijk was ze blij dat zij tot het grootste talent van de grootste sportstad van Nederland werd verkozen. En ja, ze wil heel graag naar de Olympische Spelen en daar goud winnen. Maar er lijkt een vloek te heersen over de TalentFanny.

Een indrukwekkende lijst met sporters ging haar al voor. Urby Emanuelson? Bankzitter bij AS Roma. Igor Sijsling? Exact nul ATP titels. Rafael van der Vaart? Bungelt ergens onderaan in de Bundesliga met HSV en heeft vooral ruzie met Sylvie. Ikzelf? Grijs en gestopt. Ze hebben mooie prestaties geleverd hoor. Maar het totaal aantal Olympische titels van alle sporttalenten bij elkaar? Nul. Ik weet zeker dat ook bij Urby, Igor en Rafael het beeld pontificaal in de woonkamer staat. De vloek van de TalentFanny dus.

Kijk, Ilse. Ellen Hoog won nooit een TalentFanny, maar is al tweemaal Olympisch kampioene én werd dit jaar verkozen tot sportvrouw van Amsterdam. Jij denkt dat dit toeval is? Femke Heemskerk. Sportvrouw van Amsterdam en Olympisch kampioene. Nicolien Sauerbreij. Sportvrouw van Amsterdam en Olympisch kampioene. Zij wonnen nooit de TalentFanny hoor. Het gaat mij wat ver om de Fanny terug te geven. Het is een prijs waar je bijzonder trots op mag zijn. Mij gaat het er vooral om dat jij wél Olympisch goud pakt, ondanks de vloek. Ik stel daarom voor dat je het beeldje elke dag eens goed schoon poetst. Verzorg het alsof het je eigen kind is. Knuffel het! Geef het zo nu en dan zelfs een kusje. Behandel het met liefde. Die vloek moet eraf. Ik heb eens rond gebeld, maar jouw voorgangers hebben dit nagelaten. Schandalig eigenlijk. Aan jou de taak om jouw opvolgers te laten zien dat je ook mét een TalentFanny de Spelen kunt winnen.

Als je straks in Rio goud wint, denk dan nog even aan mij en besef dat ik een behoorlijk aandeel in jouw succes heb gehad.

Geen dank, Ilse.

IMG_1142.JPG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gratis exemplaar van het magazine? Bestel hem hier: http://www.topsportamsterdam.nl/content/topsport-amsterdam-magazine-0 Lees verder »

Divers

Amsterdam Sevens

21 juni, 2014

Voor het Topsport Amsterdam magazine zal ik ieder kwartaal een wedstrijd bezoeken en mijn licht erover laten schijnen. Deze keer: De Amsterdam Sevens.

Op weg naar huis kon ik wel janken. Ik had ’s avonds nog een feestje, maar heb die mooi gecanceld. Alles bleek voor niets geweest. Mijn pletterpet. Het Bavaria jurkje van mijn vriendin. Mijn enorme oranje bril en al die andere oranje feestartikelen. Wat liep ik daar voor joker.

Onze Dutch Sevens Ladies presteerden tijdens de Amsterdam Sevens minder goed dan iedereen verwachtte. Het gat met de wereldtop is nog groot, maar zeker niet onoverbrugbaar. Met nog zo’n twee jaar te gaan tot de Olympische Spelen van Rio de Janeiro zal er echter nog een flinke stap genomen moeten worden. Wedstrijden tegen Canada, Brazilië en Engeland zijn daarom mega belangrijk. Zwaar op je kloten krijgen, letterlijk en figuurlijk je wonden likken en weer doorgaan. Zonder dieptepunten geen hoogtepunten.

Had dan ook lekker op zaterdag gegaan, Nick. Toen wonnen ze tenminste alles. Op vrijdag bleken de tegenstanders gewoonweg te goed. Sneller, slimmer, feller en sterker. Dat was wel even slikken. Misschien waren mijn verwachtingen gewoon te hoog. Ik dacht de ‘we’ wel even zouden winnen. Je kunt geen krant meer openslaan tegenwoordig of je komt wel weer één van onze rugbydames tegen. Ze zijn hot. Sterke persoonlijkheden, goed management, een belangrijke sponsor en veel talent. Het toernooi zelf werd overigens voortreffelijk georganiseerd. De zon werkte mee en de tribunes zaten vol. Een toernooi met een historie en waarde voor de stad Amsterdam.

Sport is mooi, maar per definitie oneerlijk. Zo lang draaien onze dames nog niet een fulltime programma, terwijl in veel andere landen rugby één van de belangrijkste sporten is. Ik zie een vrouw in het Russische team, terwijl ik weet dat ze eigenlijk geen vrouw is. Onmogelijk. Ik zie een Braziliaanse met een betere passeerbeweging dan Ronaldinho. Om nog maar te zwijgen over de Amerikaanse dames. Met pijn in het hart moet ik concluderen dat onze Nederlandse vrouwen te mooi zijn. Stuk voor stuk topmodellen. Dat kun je hen overigens niet verwijten. Toch stel ik voor om ze tijdelijk, gedurende een periode van een jaar of twee, om te toveren in beesten. Vrouwen waar je al bang van wordt als je er alleen maar naar kijkt. Meer angst inboezemen bij de tegenstanders. Na de gouden medaille in Rio mogen ze zichzelf weer worden, zullen we dat afspreken?

Het Bavaria jurkje moest ik vrijdag gelijk weer inleveren bij mijn vriendin. Ze brabbelde over een WK voetbal, of zoiets. Ik hoorde het niet echt. Verliezen doet pijn. Bij de rugbysters, maar zeker ook bij de supporters. Ik riep geloof ik nog iets naar mijn vriendin terug over volgend jaar. Dat ik hem dan weer wil lenen.

Want volgend jaar zit ik gewoon weer op de tribune. Met mijn pletterpet. Met het geleende Bavaria jurkje. Met een enorme oranje bril en weer met al die andere oranje feestartikelen. Veel mooiere toernooien in Amsterdam bestaan er niet.

Hup, Dutch Sevens Ladies, hup.

Een gratis exemplaar van het magazine ontvangen? Bestel ‘m hier

Divers

Op glad ijs

27 maart, 2014

Voor het Topsport Amsterdam magazine zal ik ieder kwartaal een wedstrijd bezoeken en mijn licht erover laten schijnen. Deze keer: De Coolste Baan van Nederland.

Mensen lachten me uit. Ik zag ze kijken met zo’n blik van; wat een ongelooflijke prutser. Bambi op schaatsen. Ik ben er zo slecht in, maar ik wil het zo graag goed kunnen. Ik schaamde me voor mezelf. Gelukkig had ik oud-teamgenoot Joost Reijns meegenomen om me aan vast te klampen. Hij schaamde zich waarschijnlijk ook voor mij. Mee met de enige Hollander die niet kan schaatsen.

Heette ik maar Jan, Piet of Klaas. Man, wat zou ik graag in 1948 geboren zijn. Lekker elke avond ganzenborden met het hele gezin, zonder smartphones of andere poespas. Sinds de Coolste Baan van Nederland in het Olympisch Stadion lag, hunker ik naar alles wat nostalgisch is. Commercie en historie in combinatie met topsport en breedtesport. De Coolste Baan van Nederland was geen lullig side-eventje als opmaat voor het NK Sprint en het NK Allround. Werkelijk alles werd uit de kast getrokken; Ard en Keessie waren niet van de buis te slaan, Humberto Tan leek tegelijkertijd in zowel Sotsji als in het Olympisch Stadion te zijn en Frank en Ronald de Boer bleken over een uitstekende ‘pootje over’ te beschikken tijdens de uitzending van Ruud de Wild op radio 538. Voor het eerst was ik écht jaloers op de enige échte volkssport die wij in Nederland hebben.

Mijn rondjes 1.34 laag (zonder kick-finish) maakten geen indruk op de omgeving. De omgeving maakte wel een enorme indruk op mij. Ik was op historische grond rondjes aan het schaatsen. Grond waar Ajax en het Nederlands elftal legendarische wedstrijden speelden. Grond waar Johan Cruijff Feijenoorders, Portugezen en Spanjaarden gek tikte. Maar nu ook grond waar 108.000 schaatsers en bezoekers genoten van zesentwintig dagen unieke schaatservaring. Ik zie kinderen van een jaar of acht op Friese doorlopers Sven Kramertje spelen omdat hij hun grote idool is. Ze hadden hem zojuist op de grote schermen in het stadion goud zien winnen op de 5000 meter. Maar ook vrouwen van tegen de veertig trokken na tien jaar de schaatsen weer aan. Als Carien Kleibeuker op haar leeftijd een medaille kan winnen, konden zij dat toch zeker ook wel?

De Coolste Baan van Nederland moét mensen geïnspireerd hebben weer te gaan schaatsen. De sport in zijn algemeenheid had dit wel even nodig. Minder gevulde tribunes, teruglopende tv-minuten, sponsoren die dreigen te stoppen, prestatiematrixgedoe en rechtszaken voor kwalificatie helpen de sport niet vooruit. Dit evenement tijdens de Olympische Spelen dan weer wel.

Met zo’n waardeloze warme winter was de timing ook nog eens goed. Dat wist Rintje natuurlijk allang. Rintje weet alles. In Lemmer is alles nog nostalgisch en heten de mensen inderdaad nog Jan, Piet of Klaas. Maar er is één droom van Rintje die nooit uit zal komen, want wij zijn de enige.

Een Olympisch Stadion in Lemmer.

Een gratis exemplaar van het magazine ontvangen? Bestel ‘m hier

20140327-112648.jpg

Divers, Zwemmen

Trots!

27 oktober, 2013

Wat een fantastisch resultaat tijdens de Wintertijd Challenge van Spieren voor Spieren!

20131027-122316.jpg