Column Leidsch Dagblad

Amsterdam Swim Cup

9 december, 2013

Wat was ik blij dat Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk afgelopen zaterdag geen wereldrecord zwommen zeg. Dan had je pas echt de poppen aan het dansen gehad. Het mag gewoon niet gebeuren, maar toch gebeurde het. De elektronische tijdwaarneming hield ermee op.

Als ambassadeur van de Amsterdam Swim Cup was ik betrokken bij een prachtig zwemtoernooi. Maar wel een toernooi dat we bijna konden opdoeken. Wanneer Kromo of Fem wél een wereldbesttijd had neergezet, was deze niet geldig geweest. Tijden die geklokt zijn met een stopwatch, zijn namelijk niet ‘officieel’. Zul je net zien, de hele dag gaat alles perfect en op het moment suprême lazert de boel in elkaar. Pure overmacht, niemand die er iets aan kon doen. Maar je schrikt je toch de vellen! Wat als…

Zo ver kwam het ‘gelukkig’ niet en natuurlijk gun ik de dames en de organisatie een wereldrecord of een fantastische tijd. Het was overigens een toernooi dat verder perfect verliep. Er werd door middel van verschillende gekleurde lampen en enthousiaste spreekstalmeesters een mooie show neergezet, iets wat niet vaak vertoond is tijdens een zwemevenement. Absoluut een onderdeel wat meer moet worden toegevoegd om de sport aantrekkelijk te houden.

Ik zag de sportwethouder uit z’n dak gaan nadat een zwemster de EK-limiet zwom. Ik zag de vrouw van de sponsor genieten van de gespierde torso van Joost Reijns. Haar man vond het zielig dat zwemmers van die knellende zwembroeken aan moesten. Daar had zij dan weer geen problemen mee. Ik zag nieuwe talenten definitief aanhaken bij de Nederlandse zwemtop. Ik zag honderdveertien kinderen een uur wachten om een handtekening te bemachtigen van Verschuren en Kromo. En die kregen ze, alle honderdveertien. Vaak beseffen topsporters te weinig wat hun impact is op de nieuwe generatie. Gelukkig zijn zwemmers zich daar wel bewust van.

Het was tevens de laatste zwemwedstrijd op Nederlandse bodem voor Jacco Verhaeren, die naar Australië vertrekt. Een onwijs mooie kans voor hemzelf en het Australische zwemmen, maar een groot gemist voor onze eigen zwembond. Jarenlang heb ik het in m’n eentje op trainingskamp tegen Pieter en Jacco moeten opnemen omdat hun P$V ongenaakbaar was. Net nu mijn cluppie een al aantal jaar iedereen scheel speelt, vertrekt hij. Ik vind dat dus geen toeval.

De Amsterdam Swim Cup heeft in ieder geval het Amsterdamse zwemmen weer wat verder op de kaart kunnen zetten. Eenmaal ging het dus echt mis, maar verder heb ik geen negatieve reactie kunnen opmerken. Grote gevolgen heeft het niet gehad. Geheel objectief ben ik echter niet, maar wat geeft het?

Een wereldrecord met stopwatch, ik zou er wel voor tekenen.

20131209-105818.jpg

Column Leidsch Dagblad

Theatersport

2 december, 2013

Eigenlijk was het gewoon een cabaretvoorstelling. Ik heb de ballen uit m’n broek gelachen tijdens een tenniswedstrijd! Mansour Bahrami bleek de Iraanse versie van Theo Maassen.

Het recept is simpel, maar zeer treffend. Zet een aantal tenniscoryfeeën op de baan, geef ze een headset zodat het publiek kan horen wat ze zeggen en laat ze een wedstrijdje tegen elkaar spelen. Niet om te winnen, zeker ook niet om ze voor gek te zetten, maar om het publiek een mooie avond te bezorgen.

Het absolute hoogtepunt werd het herendubbelspel tussen de Boer (serveert harder dan de JSF vliegt) en Bahrami (leerde tennissen met een koekenpan aan een bezemsteel) tegen Haarhuis (van Eltingh) en Rafter (als ik op mannen zou vallen, dan wist ik het wel). Vier clowns op de baan die lieten zien nog altijd geweldige dingen met een racket te kunnen. Met name Bahrami had z’n lolbroek aan. Wat een komiek is die man. Gaf z’n tennisracket af aan een ballenmeisje zodat hij even een game kon bijkomen. Ging achter de baseline op een stoel zitten en speelde de rally op die manier. Toen de Boer een bal nét miste, vroeg hij zich af of ze soms met de Mixed Double bezig waren.

Bahrami wederom, vlak voor z’n service: “Are you ready? Sure?”. Om vervolgens snoeihard de bal in het kruis van Haarhuis te serveren. Tijdens een rally lobte hij continue de bal over de tegenstander heen, draaide zich om voor een kort praatje met een mevrouw op de tribune, om daarna dit kunstje een keer of zes te herhalen. Maar ook Patrick Rafter kon er wat van. Zijn maatje Haarhuis kreeg zoveel ballen, dat Rafter tijdens de rally besloot zich bij het andere team te voegen. Ik lag op de grond van het lachen.

Soms leken het ingestudeerde toneelstukjes, maar dat maakte het echt niet minder leuk. Vaak genoeg toverden de mannen ballen uit de hoge hoed die je niet eens kúnt instuderen. Dit was dé manier om sport en entertainment samen te laten komen. Veel andere sporten kunnen hiervan leren. Dat zou gaaf zijn! Zo lijkt het mij onwijs leuk om Sjoukje Dijkstra vier kürelementen achter elkaar te zien kunstschaatsen. Kijken of oud-Feijenoorder Mike Obiku nog steeds zo’n torso heeft als hij na een doelpunt zijn shirt uit trekt. Ik weet zeker dat Joop Zoetemelk weer tweede zou worden bij een comeback.

Oude helden moeten gewoon lekker oude helden blijven. Bij de AFAS Tennis Classics echter niet. En terecht. Ik heb niet vaak zo gelachen tijdens een sportwedstrijd. Daarnaast was de locatie vrij bijzonder (het middenterrein van een wielerbaan) en voelden de oudjes zich weer even jong. Mooi man.

Heeft iemand het telefoonnummer van Erica Terpstra?

20131202-163542.jpg

Column Leidsch Dagblad

Hockey, levensgevaarlijk!

25 november, 2013

Rugbyers zijn eigenlijk maar mietjes. Waterpolo stelt ook niet veel meer voor. Vanaf nu is er een nieuwe sport waar je geen tanden meer overhoud. Hockey is levensgevaarlijk.

Twee weken geleden sloeg hockeyer Valentin Verga tien (!) tanden uit de mond van zijn tegenstander Seve van Ass. Die jongen loopt nu zijn leven lang bij de tandarts. Van Ass droeg geen bitje tijdens de wedstrijd en dat leverde afschuwelijke beelden op met rondvliegende tanden. De vraag is of de hockeybond de spelers nu moet verplichten om een bitje te dragen. In andere sporten is dat al heel gebruikelijk. Boksers hebben er altijd een in, al denkt Evander Holyfield daar vast heel anders over. Anky van Grunsven lijkt ermee geboren te zijn.

Bij de Amsterdamse Hockeydames lossen ze dat gewoon zelf op. Daar draagt iedereen altijd al een bitje, maar uit voorzorg hebben zij extra maatregelen getroffen. Pleisters! Ellen Hoog plakte hem in haar nek. Leiah Brigitha op haar wang. Verder zag ik pleisters op knieën, handen en voorhoofden. Heel het team leek gewond. Ik begon me zorgen te maken. Een gewelddadige coach? Een uit de hand gelopen teamuitje? Een oefenpotje tegen Valentin Verga?

Die mooie lange benen, gespierde dijen (geen cellulitis te bekennen) en met knieën zoals knieën bedoeld zijn. Daar horen geen pleisters op en al helemaal geen littekens. Toch leek het de Amsterdamse dames niet te hinderen, ze scoorden er lustig op los. Na elk doelpunt wezen ze naar de pleisters. Ze riepen er van alles en nog wat bij, maar verstaan deed ik het niet. Gevolg van het dragen van bitjes.

Vervolgens viel Eva de Goede nog eens uit met een blessure. Daar kon geen pleister tegenop. Ik kreeg steeds meer medelijden met de hockeydames. Zwaar gewond hockeyen met temperaturen rond het vriespunt. Je zou het je grootste vijand nog niet toewensen. Aan de andere kant, wie draagt er nu nog pleisters? Ze kunnen toch wel tegen wat schrammetjes, kom op zeg. Stel je niet zo aan, gaat vanzelf wel weer over.

Opeens viel bij mij het kwartje. De dames waren niet gewond. Het had ook al helemaal niets te maken met de bitjes-soap rond Seve van Ass. Uit navraag bleek dat ze niet eens een teamuitje hadden gehad. De coach was zelfs de zachtaardigste persoon die ze kenden. De dames wilden aandacht vragen voor de Emma Pleister (www.emmapleister.nl). Het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam heeft geld nodig voor de grote verbouwing die momenteel bezig is. Daarom is de Emma Pleister – een exemplaar met een uitroepteken erop – bedacht en ontwikkeld om geld in te zamelen voor deze verbouwing. Ik ben meteen naar de Albert Heijn gerend om dit initiatief te steunen.

Maar ook voor het geval Eva de Goede de volgende keer écht een pleister nodig heeft.

20131125-151910.jpg

Column Leidsch Dagblad

Margot Boer

18 november, 2013

Beste Margot.

Eigenlijk wilde ik ‘lieve’ schrijven, maar wij kennen elkaar niet persoonlijk. Ik wilde je graag laten weten dat ik een enorme fan van je ben. Jij liet mij midden in de nacht naar Martin Hersman en Frank Snoeks luisteren. Dat is heus geen pretje, maar dat deed ik voor jou. Jij liet mij midden in de nacht een Unox muts opzetten, want dat schijnt erbij te horen. Mijn vriendin is zelfs een beetje jaloers op je.

Afgelopen weekend schaatste jij rond in Salt Lake City. Je reed hard (gefeliciteerd met je PR!), maar ik wist dat je niet voluit ging. Ik had je heus wel door hoor. Mij hou je niet voor de gek. Jij laat al jaren het achterste van je tong niet zien. Soms beland je per ongeluk op het podium. Ik zie je dan balen. Bij voorkeur eindig je gewoon lekker anoniem rond plek zes. Dan val je zo min mogelijk op. Heel slim! Je tegenstanders zien je straks helemaal over het hoofd tijdens de Olympische Spelen in Sochi. Met die Boer hoeven we geen rekening te houden, zie je ze al denken.

Jij verdient meer aandacht, Margot. Het gaat altijd maar over Ireen Wüst die haar negenenveertigste Worldcup wint. Of een Koreaanse die twee wereldrecords in een weekend kan schaatsen. Mijn andere lievelingsdiva Annette Gerritsen ontbrak dan wel afgelopen weekend, maar krijgt genoeg aandacht van mannen op straat die graag naar haar knipogen.

Jij weet ook wel dat je acteert in een beetje rare sport. De malle schaatsbonden organiseren elk jaar heel veel wedstrijden. Een NK allround. Een NK afstanden. Een NK sprint. Een EK allround. Een WK afstanden. Een WK allround. En dan nog een Worldcup in Heerenveen. En een Worldcup in Berlijn. En een Worldcup in Calgary. En een Worldcup in Salt Lake City. En een Worldcup in Astana. En een Worldcup in Inzell. Het liefst zouden ze ook elk jaar de Olympische Spelen organiseren. Maar jij trekt je daar niks van aan. Jij gaat lekker door met verstoppetje spelen.

Want jij kiest voor het Tuitert-model. Lekker een paar jaartjes in de marge meerijden, doen wat je moet doen en straks op het moment dat het écht moet sla je genadeloos toe. Olympisch Kampioen schaatsen, dan hoor je er in Nederland echt bij hoor. Je zult het niet hardop zeggen, maar ik heb het door. Mark Tuitert deed dat vier jaar geleden namelijk ook. Wie niet sterk is, moet slim zijn. En dat ben jij, want jij bent namelijk afgestudeerd aan de Johan Cruijff University. Ik zal aan niemand verder jouw plannetje verklappen, oké? Ons geheimpje. Op 11 februari 2014 hoef je dan maar één woord te schreeuwen.

Buutvrij!

20131118-142021.jpg

Column Leidsch Dagblad

Hahaha. Vrouwendarten!

11 november, 2013

Alsof ik bij de Tokkies op bezoek was. Zo voelde het toen ik afgelopen zaterdagmiddag een toernooi ter promotie van het vrouwendarten bezocht in Leiden. Ongemakkelijk, nerveus en vol verontwaardiging.

De kroeg in op zaterdagmiddag, laat m’n vriendin dat maar niet horen. Met ook nog eens 36 vrouwen die aan keiharde topsport doen. Ze weet dat ik daar gevoelig voor ben. De onweerstaanbare geur van zweet, AA-drink en massageolie halen normaal gesproken het wildste in mij naar boven. Kreeg nog een whatsappje van haar binnen; gedraag je.

Ietwat overdonderd stapte ik de kroeg binnen. Geen geur van zweet. AA werd er niet gedronken. Er stond niet eens een massagetafel. In plaats daarvan hing er een geur van zware Van Nelle, dronken ze bier (zouden vrouwen sowieso niet moeten doen) en bleken massages niet nodig. Ik had het kunnen weten. Darters krijgen nooit kramp, omdat er voldoende gehydrateerd wordt.

De wedstrijd tussen de Leidse dames Sabrrrrrina en Rrrrrrowena was bezig, beiden gezegend met een enorrrrrme paarrrrrdenstaarrrrt. Een kwartier lang mikken om dubbel één uit te gooien, het werd een hilarisch tafereel. En juichen hè, toen hij er per ongeluk in ging. Niet te zuinig. Met zo’n vuistje. De dames hadden een geweldige techniek, welke ik nog nooit eerder had gezien. Was dat even genieten geblazen hè, Nick? Gooiend vanuit de heup. Elleboog leunend op de bil (plek zat), met de duim-, wijs-, middel-, en ringvinger een pijl vasthoudend, en toch met de pink heel elegant omhoog. Kón ik het maar. Daarnaast vond ik het zo knap dat deze mensen de scores zonder rekenmachine bij konden houden. Dat moet je niet onderschatten hoor.

Gouden waterpolocoach Robin van Galen vroeg zich laatst op Twitter af wanneer darts een Olympische sport zou worden. Ik moest lachen toen ik dat las. Geweldige vent overigens. Maar schei toch uit. Het is inderdaad knap dat met name de mannen zo geconcentreerd vierhonderzesendertig keer een pijl in de triple twintig kunnen jengelen en tops uitgooien. Veel sporten kunnen ook wel iets leren van de entourage bij de grote toernooien. Maar als dát gebeurt, lever ik mijn Olympisch diploma in.

De sfeer die er hangt, ik trek het gewoon slecht. Ik voel me als Koos Alberts tussen de marathonlopers. Als Jan Boskamp die een vegetarische bamihap eet. Als Bill Gates bij een voedselbank. Het klopt gewoon niet. De woorden herhaalden zich in mijn hoofd. Ter promotie van het vrouwendarten. Ter promotie van het vrouwendarten. Ter promotie van het vrouwendarten. Ik zocht me een ongeluk, maar ik kon niets vinden waar die promotie hem dan precies in zat. Zanger Rinus zou hier nog niet optreden. Zelfs SBS zou het nog niet uitzenden.

En nu ga ik onderduiken. Hopelijk tot volgende week.

20131111-153454.jpg

Column Leidsch Dagblad

Bonje met de buren

4 november, 2013

“Dames en heren, welkom bij een speciale aflevering van ‘Bonje met de buren’. Mijn naam is John Williams en we zijn vandaag in het pittoreske vissersdorpje Spakenburg, waar de gelijknamige voetbalvereniging het opneemt tegen de boze buurman IJsselmeervogels”. 

“Naast mij staat IJsselmeervogels’ trainer Gert Kruys. Gert, waarom ben je zo boos op je buurman?”
“Ja uuh, zij zijn eigenlijk altijd boos op ons. Bouwen wij een nieuwe tribune, willen zij dat ook. Zij zijn eigenlijk gewoon jaloers, waarom weet ik verder ook niet. Daarnaast vind ik de kleur blauw gewoon spuuglelijk”.

“Maar Gert, de blauwen hebben vandaag wel gewoon de middenstip keurig laten liggen en de doelpalen zijn ook nog steeds wit, vind je niet dat zij alvast de eerste stap in de goede richting hebben gezet?”
“Dat is jouw mening”. 

“Dan gaan we over naar Spakenburg’ trainer Jochem Twisker. Jochem, waarom ben jij zo boos op je buurman?”
“Ja uuh, zij zijn juist eigenlijk altijd boos op óns. Kopen wij een nieuwe spits, nemen zij een nog grotere. Zij zijn eigenlijk gewoon jaloers, waarom weet ik verder ook niet. Daarnaast vind ik de kleur rood gewoon spuuglelijk”.

“Kook je van binnen, nu je hier op vijandige grond de ruzie gaat uitvechten?”
“Nou, ik zag net dat die rooien van hiernaast ons wilden pesten door als smurf verkleed te gaan, te vangen en in een kooi te stoppen. Nogal kinderachtig, als je het mij vraagt. Ze moeten eens normaal doen”.

“U hoort het, de woede zat diep. De confrontatie is inmiddels afgelopen. Er werd niet gevochten, maar het was nogal grimmig. De buren gaven elkaar geen centimeter ruimte, dan zou ik ook boos worden op mijn buren. Veel geluidsoverlast ook. De bewoners van de rooien schreeuwden de boel bij elkaar. De blauwen reageerden daarop door ‘boe’ terug te roepen. Gescholden werd er overigens niet, de buren zijn beiden zwaar gelovig. Ik ben bang dat ik de situatie voor de buren niet heb kunnen oplossen.

“Gert Kruys, daar staan we weer. Je hebt de confrontatie verloren, met welk gevoel sta je hier nu?”
Ja, balen natuurlijk. We zaten hoog in de concentratie, maar leden veel balverlies. Toch hielden we de controle, maar dat kost kracht. Mijn spelers liepen blauw aan, waardoor je in feite achter de feiten aan loopt”.

“Denk jij daar ook zo over, Jochem?”
Ik heb denk ik een hele andere confrontatie gezien. Wanneer je continue door de buren wordt getreiterd, is het lastig om ze serieus te nemen. Verhuizen? Ik peins er niet over. Nu ga ik bier drinken. Niet hier, maar thuis. Geen cent geef ik op deze grond uit!”

“Dit is de ergste burenruzie die ik ooit heb meegemaakt. Misschien ook wel de populairste. Maar liefst achtduizend man woonde de confrontatie vandaag bij. In Katwijk heb je ook een confrontatie als deze, maar die stelt vergeleken met vandaag eigenlijk niets voor. Stiekem vond ik het vermakelijk, al mocht ik dat natuurlijk niet laten zien. Het is mijn taak om neutraal te kijken. Rood of blauw?”

“Ik kan geen kleur bekennen”.

 spakenburgse derby 1

 

 

Column Leidsch Dagblad

Hand in hand

28 oktober, 2013

Zo, ik ben duizelig joh. Kotsmisselijk ook. Niet normaal meer. Sport is gezond, maar niet voor toeschouwers in een velodrome.

En dan ben ik slechts één avondje geweest, hè. Moet je nagaan hoe juryleden, ouders van renners, soigneurs, rondemissen en vrijwilligers zich moeten voelen. Die hebben dat zes dagen lang. Misschien wen je eraan, dat durf ik niet te zeggen. Het zal er wel bij horen. Ik weet wel dat volgend jaar de domperidon is uitverkocht bij de apotheek, want dit zal me niet meer overkomen. Je moet je wapenen tegen dit soort omstandigheden.

Ik dacht eerst nog dat het aan het bier lag, want daarvan leek de voorraad oneindig. Het was gratis, ik was de avond des onheils namelijk een bobo. Maar zoveel had ik ook weer niet gedronken. Misschien lag het aan het feit dat ik minimaal anderhalve liter zweet van Peter Beense had opgevangen, omdat ik zo nodig vooraan wilde staan tijdens zijn optreden in het velodrome. Wat een enorme stem heeft die man trouwens.

Opeens besefte ik het me. Het lag niet aan het bier. Peter Beense was ook niet de schuldige. Ik had het mezelf allemaal aangedaan. Het waren die baanwielrenners die mij rondjes lieten draaien. Ik stond op het middenterrein en wilde natuurlijk geen seconde van de wedstrijd missen. 90 rondjes, op een baan van 200 meter lang, keer ongeveer 15 seconde per rondje tijdens de koppelkoers. Ik heb gewoon bijna 23 minuten lang rondjes om mijn as staan draaien. Continue dezelfde richting op. Dan kun je ex-topsporter zijn, op een gegeven ogenblik vond ook mijn evenwichtsorgaan het niet meer leuk.

De zesdaagse van Amsterdam is een geweldig voorbeeld hoe je entertainment aan een sportevenement kunt koppelen. Niet vaak heb ik het tijdens een sportwedstrijd zo erg naar mijn zin gehad. De Derny’s, Supersprint, Koppelafvalkoers (zeventien keer woordwaarde), Keirin, Tijdrit of hoe al die baanwielrenonderdelen (negentien keer woordwaarde) ook mogen heten, het doet er eigenlijk niet toe. Het gaat belachelijk snel, de baan is ongelofelijk steil en dat levert veel spektakel op. Dat gecombineerd met de gezellige sfeer die er heerst en je hebt een schaatswedstrijd op wielen. Zonder Kleintje Pils.

Het meest liefdevolle onderdeel is de koppelkoers. In duo’s wissel je elkaar elke ronde af. Je geeft een rondje gas, aangekomen bij je maatje pak je zijn hand vast om hem dan met een noodgang weer naar voren te lanceren. En dat dus negentig ronden lang. Hoezo, baanwielrennen is geen contactsport? De liefde spat er van af! Ik vind dat er vanaf nu nog maar in één sport over ‘hand in hand’ gesproken mag worden.

Kameráááááden zonder remmen.

20131028-141749.jpg

Divers, Zwemmen

Trots!

27 oktober, 2013

Wat een fantastisch resultaat tijdens de Wintertijd Challenge van Spieren voor Spieren!

20131027-122316.jpg

Column Leidsch Dagblad

Wat een luxe

21 oktober, 2013

Als sportschrijver hoor je er tegenwoordig dus echt niet meer bij als je nooit eens embedded bent geweest. Een kijkje in de keuken bij een sportorganisatie. Het CTO (Centrum voor Topsport en Onderwijs)  vrouwenbasketbalteam was voor mij een mooie mogelijkheid om te bekijken hoe jonge talenten tegenwoordig begeleid worden.

Het CTO vrouwenbasketbalteam bestaat uit zo’n vijftien talenten tussen de vijftien en negentien jaar die in Amsterdam wonen, sporten en studeren. Ze worden volledig gefaciliteerd en hoeven zich alleen bezig te houden met hun school en sport. Zo komt het voor dat een meisje uit Oost-Groningen naar de grote boze stad verhuist om voor dit CTO team te spelen. Huisvesting wordt voor haar geregeld, ze komt op een topsportvriendelijke school terecht en na de avondtraining is er al voor haar gekookt. Wat een luxe.

Nergens hoeven CTO sporters – met vestigingen in Amsterdam, Papendal, Heerenveen en Eindhoven in verschillende takken van sport – zich druk om te maken. Dát is topsport; alleen de dingen doen waarvan je beter gaat sporten. De rest is onbelangrijk. Wat een luxe. Vroeger moesten sporters die deze stap maakten het allemaal zelf maar uitzoeken en hopen dat ze nog tijd hadden om te sporten. Is overigens niets mis mee, daar groei je ook van als persoon.

Terug naar de praktijk. De lady’s droegen fel roze basketbal trainingstenues. Stoer maar toch van het niveau chickies. Vóór de training kwam de agressie al los tijdens de groeps-yell. Die begreep ik even niet omdat ik het idee had dat het voor het imponeren van je tegenstander was. Zal wel een basketbal dingetje zijn. Na de warming-up volgde een tactische baltraining. Looplijnen. Verdedigingstrucjes. Termen als ‘blauw’ en ‘screen’. Van de prestatiematrix in het schaatsen begreep ik nog meer dan van deze tactieken. Het bijzondere was dat de coach dankzij het nieuwe ‘kee motion’ camerasysteem en een iPad spelsituaties direct kan laten terugzien aan de speelsters. Slechts een paar clubs in de wereld maken hiervan gebruik. Wat een luxe.

Eigenlijk komen de CTO talenten dus gewoon in een gespreid bedje terecht. Steeds vaker wordt ervoor gezorgd dat de overgang van junior naar senior soepeler verloopt, dat de randzaken geregeld zijn en dat de topsport infrastructuur verbetert. Dat is alleen maar goed. Toch vraag ik me af wat nu de resultaten hiervan zijn. Hebben we nu extra talenten in alle competities waardoor het niveau verhoogd is? Krijgen we meer Epke’s, Ranomi’s en Marianne’s in de sport?

Ik hoop dat alle talenten inzien hoe goed alles voor hen tegenwoordig geregeld is. De basketbaldames beseffen dat maar al te goed. Wij sportliefhebbers hoeven nu alleen nog te wachten tot de eerste vrouwelijk LeBron James in Amsterdam wordt opgeleid.  LeBron uit Oost-Groningen.

Wat een luxe.

CTO basketbal

 

Column Leidsch Dagblad

Toys for boys

14 oktober, 2013

Je hebt ze in allerlei soorten en maten. Grote. Kleine. Groene. Zwarte. Roze. Voor ieders plezier ook. Hij kan ontzettend hard, maar ook heel rustig. Hoe harder hij gaat, hoe meer lawaai hij ook maakt.

Op het circuit van Zandvoort waren er nogal veel. Auto’s! De Formido finaleraces stonden geprogrammeerd in het meest verschrikkelijke regenweekend dat men zich kon voorstellen. Pure pech natuurlijk. Geen hond bezoekt dan zo’n evenement. Diehard sportliefhebber als ik ben stond ik daar met nog zeker acht andere toeschouwers in de stromende regen. Maar thuiskomen met meer vragen dan antwoorden is frustrerend. Is dit nu wel sport? Komen die gasten wel met hartslag honderdzesentachtig uit zo’n auto (wat ik de minimale eis vind), en is dat dan vanwege het harde werken zelf of door de eerste de beste pitspoes die ze een knipoog gaf? Wat was de inbreng van de coureur of is alles tegenwoordig zo geautomatiseerd dat ze amper zelf nog iets moeten doen?

Het circuit zag er in ieder geval schitterend uit. Tien flinke bochten, dwars door de duinen van Zandvoort. Moet schitterend zijn om met mach drie doorheen te scheuren. De veiligheidsmaatregelen zijn daarnaast extreem. Ik denk dat er meer autobanden liggen opgestapeld dan dat er Duitsers zijn op een gemiddelde zomerdag honderd meter verderop aan het strand. Rondom het circuit staan enorm hoge hekken waar zelfs hooligan Wesley niet aan zou beginnen.

Jezelf verplaatsen in zo’n coureur is nog het lastigst. Je kunt door de helm niet van het gezicht aflezen of er zenuwen zijn, of dat hij juist enorm ontspannen is. Luistert hij naar Armin van Buuren om net wat extra opgefokt te kunnen racen of probeert hij er juist achter te komen wat nu eigenlijk het geluid van Q-Music is? Blèrt hij keihard mee tijdens het foute uur of werd zijn microfoontje in z’n helm volgeblèrt door zijn teambaas. Kan hij tijdens het racen ook live foto’s uploaden op Facebook om z’n fans er nog extra bij te kunnen betrekken? Je krijgt er op de tribune niets van mee. Je ziet hier en daar een auto voorbij gieren met meer sponsorstickers op de uitrusting dan Co Stompé op zijn overhemd. Dat was het wel zo’n beetje.

Na het zien van de Cliocup, NEC Formula Renault 1.6 en 2.0, Swiftcup en de HDI-Gerling Dutch GT Championship + European GT4 Trophy vertrok ik gedesillusioneerd naar huis. Voor Henk en Ingrid is de sport niet te volgen. Het enige wat ik kon bedenken was; jongens, verzin eerst eens een fatsoenlijke naam.

Autosport, het zal wel een stoere-mannen ding zijn. Wie heeft de snelste en grootste. Nou, ik niet. Geef mij maar een kop verse muntthee met een chocolade sprits.

Dan ga ik nu boer zoekt vrouw kijken. Doei!

20131014-173743.jpg